Goed voorbereid op safari, gepubliceerd in CHIP FOTO VIDEO 67

Een safari in Afrika is een walhalla voor wildfotografie. Voor velen is het ook iets dat ze hooguit 1 keer in hun leven meemaken. Reden genoeg om goed voorbereid op pad te gaan.

1 Wat, waar en wanneer? Op sommige plekken migreert het wild. De periode waarin je safari zal plaatsvinden is dan een bepalende factor of je veel of juist weinig wild gaat zien. Daarnaast zijn er seizoenen met flinke regenperiodes, waardoor het rijden over zandwegen erg lastig wordt en de begroeiing een stuk voller en hoger is. Dat maakt het lastiger om wild te zien. Maar zo'n regentijd is wel een goede periode om veel vogels te zien. Aan het einde van het droge seizoen is de kans om wild te spotten bij waterpoelen en rivieren juist weer sterk vergroot. Stel jezelf dus op de hoogte over wat je kunt verwachten.

2 De apparatuur. Over het algemeen zal een zoombereik tot 400 millimeter ruim voldoende zijn. Bij kleiner wild en vogels kan een langere brandpuntsafstand handig zijn. Eventueel kun je een objectief met zo'n extra lange brandpuntsafstand ook huren. Fotograferen over grotere afstanden is soms problematisch als de aarde is opgewarmd. De hitte veroorzaakt trillingen in de lucht. Zoals in alle andere situaties bepalen de omstandigheden wat de fotografische mogelijkheden zijn. Het wisselen van objectieven moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren in verband met stof dat op de sensor kan komen. Een tweede body met daarop een wat kortere (zoom)lens is dan handig. Die extra apparatuur stelt je ook in staat om sneller te kunnen reageren.

3 Bescherming. Gamedrives gaan vaak over stoffige en hobbelige wegen. Je wilt schietklaar zijn met de zonnekap op het objectief en tijdens het rijden wil je de apparatuur beschermd hebben tegen schokken, stof, modder en nattigheid. Dat geldt zeker als je de gamedrives met een open safarivoertuig aflegt. Zelf heb ik twee complete camera's bij de hand (ook de zonnekap gemonteerd) zodat ik er direct mee kan werken. Ze bevinden zich meteen onder de voorflap van de open fotorugzak, met een regenhoes als bescherming tegen stof. Met de zonnekap op het objectief steken de body's wat uit de tas, zodat ik ze snel kan pakken. Om eventuele gaten af te dichten tegen stof gebruik ik nog een losse regenhoes. In Afrika kan het echt enorm stoffig zijn en al dat stof lijkt overal dwars doorheen te gaan. Zodra ik wild aantref, is alles schietklaar en kan ik de camera snel pakken. Tot die tijd is de apparatuur veilig opgeborgen.

4 Schoonmaak. Een goede, algemene cleaningkit voor de camera is een must om mee te nemen, zeker als je in stoffige omstandigheden fotografeert. Neem een borstel, een blaasbalgje en een microvezeldoekje mee. Ook tijdens de gamedrive kun je die nodig hebben. Als je weet hoe je een sensor moet reinigen, is het verstandig om ook daarvoor een reinigingssetje mee te nemen. Maak de sensor echter alleen schoon in ruimtes die zo stofvrij mogelijk zijn. Weet je niet hoe je een sensor schoonmaakt, laat hem dan reinigen voordat je op safari gaat. Een schoonmaakbeurt achteraf is waarschijnlijk ook geen overbodige luxe.

5 Opslag, back-up en stroom. Zorg voor ruim voldoende opslagmogelijkheid (geheugenkaarten en eventueel een externe harde schijf) en maak back-ups. Zorg ook voor voldoende opgeladen batterijen en achterhaal tijdig waar en hoe vaak je de batterijen kunt herladen. Eventueel kun je de accu ook opladen via een converter in de auto. Neem de accu's, de opladers en het back-upgeheugen altijd als handbagage mee in het vliegtuig. Niet overal is vervanging te koop bij zoekgeraakte bagage. Wat je niet kunt missen, wil je ook niet missen. Wis foto's niet meteen, of ze moeten volledig mislukt zijn. Soms zie je later pas wat er mooi is in een foto. Een tijdje afstand nemen en later nog eens terugkijken kan heel verrassend zijn.



6 Begrijp de techniek. De camera heeft geen idee hoe je wilt dat een foto eruit komt te zien. Wees al aan het begin van de reis bekend met basisinstellingen als de selectie van het autofocuspunt, de ISO-waarde, het diafragma en de sluitertijd om het meest uit de geplande safari te halen. Volg eventueel een workshop om bekend te worden met de techniek.

7 Stabiliteit. Stabiliteit van de camera is een voorwaarde om scherpe foto's te kunnen nemen. Daarom is ondersteuning van de camera en telelenzen tijdens het maken van de foto's belangrijk. In de meeste situaties voldoet een stevig statief, maar op safari fotografeer je doorgaans vanuit het safarivoertuig. Vanwege de verschillende soorten voertuigen die worden gebruikt, zijn er ook verschillende oplossingen voor het verkrijgen van stabiliteit. Informeer eventueel vooraf naar het voertuig dat wordt gebruikt. In oostelijk Afrika (vooral Kenia en Tanzania) worden doorgaans safaribusjes of landrovers ingezet. Bij deze voertuigen kan het dak open. Op de dakrand kun je een bonenzak plaatsen. Je neemt de zak leeg mee in de koffer en vult hem in het land van bestemming met rijst, bonen of zand. Als je in de auto gaat staan om te fotograferen, kun je de telelens op de bonenzak plaatsen en aandrukken. Werk je vanuit een open portierraam (vaak bij huurauto's), dan kan een bonenzak ook zeer goed van pas komen. Ook zijn er raamstatieven te koop. Bij sommige exemplaren moet je de auto uit om het raamstatief te plaatsen. Het gevolg is dat je soms een hele tijd met een open raam rijdt, tenslotte kun je niet altijd de auto uit. In zuidelijk Afrika gebruikt men vaak open voertuigen. Het voordeel is een onbeperkt zicht rondom. De natuurbeleving is daardoor groter. Indien goede steun aanwezig is, zijn deze voertuigen beter geschikt voor fotografie vanwege het ruime zicht. Een monopod (eenbeenstatief) is een goede ondersteuning waarbij je ook snel zg. schietklaar bent, mits je van tevoren de hoogte goed hebt ingesteld. Eventueel kan er een statiefkop op geplaatst worden die panning (meetrekken) mogelijk maakt.

8 Het licht. De camera neemt licht anders waar dan ons oog/brein doet. Bij fotografie moet de vraag hoe de camera het licht vertaalt dus als uitgangspunt genomen worden. Bij hard licht waarbij delen van het onderwerp fel verlicht zijn en andere delen zich in de schaduw bevinden, zal de camera het verschil in contrast waarschijnlijk niet kunnen overbruggen. Zonder ingrijpen zal het resultaat een foto zijn waarbij delen overbelicht zijn en/of delen zwaar onderbelicht. Een oplossing kan zijn de camera in te stellen op hoog dynamisch bereik, als de camera deze functie heeft. Onze ogen hebben minder moeite om een beeld met dichtgelopen schaduwen als aangenaam te ervaren dan een beeld met uitgebeten witte delen. Als je moet kiezen, kies er dan voor om het lichtste deel in een foto goed belicht te hebben. Het zwart zal dan dichtlopen. Of je kadert het beeld zo uit dat je enkel het lichte deel in beeld hebt, of juist enkel de schaduw. In de praktijk zal dat in Afrika vaak de schaduw zijn: daar zijn de dieren te vinden als het warm is. Het licht bepaalt de creatieve ruimte voor een foto. Kwalitatief mooi licht is er in Afrika doorgaans maar heel kort na zonsopgang en net zo kort voor zonsondergang, hoewel de droge, stoffige omstandigheden het licht soms ook overdag mooi diffuus maken. Bij mooi, zacht licht kun je een ruimtelijk beeld maken, dus een beeld maken waarbij een dier in een typisch Afrikaans landschap staat. Bij minder mooi licht is het beter om een krappe beelduitsnede te kiezen.

9 Compositie. Meer ruimte om een onderwerp heen geeft ook letterlijk ruimte om de omgeving in beeld te brengen. Doe dit uiteraard alleen wanneer het landschap zich daarvoor leent. Als het rommelig en vol is, is het niet altijd een mooie optie. Probeer om met verschillende soorten foto's thuis te komen: zowel foto's met de impact van een leeuw close in beeld als mooie foto's waar Afrika in te zien is. Soms is de spanning van het zien van een bijzonder dier of moment heel groot. Afhankelijk van je fotografisch niveau en de opwinding kan het heel handig zijn om eerst gewoon de 'heb-foto' te maken. Doorgaans is er daarna nog gelegenheid om na te denken over mogelijk mooiere composities. Kijk dan goed naar het hele beeld in de zoeker. Ga na welke elementen in het beeld mooi zijn en welke storend. Is de omgeving druk, houd het diafragmagetal dan zo laag mogelijk: de beperkte scherptediepte kan dan voor meer rust zorgen. De regel van derden is een goed hulpmiddel bij het bepalen van de compositie. Denk na over waar je het onderwerp in beeld wilt hebben, waar de horizonlijn in beeld komt en of een struikje toegevoegde waarde heeft of eerder de aandacht afleidt.

10 Weer thuis. Dat kan zomaar met duizenden foto's zijn! Het grote uitzoekwerk kan beginnen. Gooi foto's niet te snel weg. Het kan weken of zelfs jaren duren, maar soms zie je later toch iets in een foto. Bewaar de originele RAW-bestanden en/of de originele jpegs ook thuis in een back-up. Nog beter is het om ook een extra back-up buitenshuis te hebben.

Gepost op 28 oktober 2014.

Share Delen